Laurens Vreekamp is journalist en design thinker. Eind 2025 schreef hij met Gabriella Obispa het geweldige boek Niet onze AI: voorbij de beloften van Big Tech. Er was een periode waarin we tegen iedereen die het maar horen wilde over dit boek begonnen. In workshops, bij lunches, op elke verjaardag. We lazen het zoals we vroeger studeerden: met aantekeningen in de kantlijn en een stabilo in de aanslag. En onze oproep blijft: lees dit boek!
Naast het schrijven richtte Laurens de Future Journalism Today Academy op, trainde als Teaching Fellow van het Google News Lab ruim 2200 journalisten en schuift hij één à twee keer per maand aan bij het Mediaforum van Spraakmakers op NPO Radio 1.
Wij spraken Laurens over hypocrisie, techkritiek en waarom de verantwoordelijkheid niet alleen bij jou ligt.
“Als je wil leren zwemmen, moet je ook nat worden”
Alinda: Je noemde jezelf in ons voorgesprek een AI-vegan. Wat betekent dat en hoe ziet dat eruit?
Laurens: Ik gebruik vrijwel geen generatieve AI. Al ben ik daar af en toe hypocriet in. Als je wil leren zwemmen, moet je ook nat worden. En als alle mensen zeggen: dit water is zo lekker, dit moet je echt eens proberen, dan kan ik de verleiding af en toe niet weerstaan. Mijn diplomatieke antwoord tegenwoordig is: iedereen is hypocriet, maar in welke mate kun je dat voor jezelf verantwoorden?
Je hoeft niet te gaan vapen om erachter te komen dat dat slecht voor je is. We weten uit onderzoek al heel veel over de schadelijke effecten van generatieve AI, bij de totstandkoming én bij het gebruik. Maar dat neemt niet weg dat ik soms wil kijken: zit er ergens toch een belofte in die technologie, als het op een duurzame, ethisch verantwoorde manier geproduceerd zou kunnen worden?
Een voorbeeld. In de trein van Arnhem naar Utrecht zit een stuk zonder wifi. Ik wil graag in Proton Docs werken, om los te komen van Big Tech. Dus heb ik met Claude en Chrome-extensies iets gevibecoded waarmee ik offline kan blijven typen. Ik gebruik daarvoor de tool van Anthropic, om dus los te komen van Big Tech. Welk doel heiligt welke middelen?
Vibe coding: software laten bouwen door in gewone taal aan AI te vertellen wat je wil. Nul programmeerkennis nodig.
Maar kan je het écht duurzaam en verantwoord inzetten? Daar heb ik mijn twijfels bij. Dat heeft te maken met een documentaire die ik recent vertoonde op het Nederlands Journalistiek Festival in Deventer: Ghost in the Machine. Deze documentaire is eigenlijk An Inconvenient Truth, maar dan voor AI. Na het zien van deze docu wil je geen generatieve AI meer gebruiken, en zeker niet met AGI bezig zijn. Je komt er namelijk achter hoezeer die hele zoektocht naar AGI gestoeld is op eugenetica, racisme en IQ-testen die eigenlijk al een racistische basis hebben: om witte mensen van de rest van de wereld te scheiden.
AGI (Artificial General Intelligence): AI die op alle vlakken net zo slim als of slimmer dan mensen is. De heilige graal van de grote AI-bedrijven.
Eugenetica: een pseudowetenschap van rond 1900 die de mensheid wilde ‘verbeteren’ door ‘gewenste’ mensen kinderen te laten krijgen en ‘ongewenste’ niet. Het leidde tot gedwongen sterilisaties in de VS en tot de rassenpolitiek van de nazi’s. De link met AI: grondleggers van de statistiek waarop machine learning rust waren eugenetici, en IQ-testen werden gebruikt om groepen mensen te rangschikken.
“Technologie heeft helemaal geen verdediging nodig”
Laurens: Na de vertoning in Deventer hadden we een nagesprek met techniekfilosoof Martijntje Smits. Samen kwamen we erachter dat we in Nederland geen traditie van technologiekritiek hebben: we laten eigenlijk nooit historici aan het woord als het over AI gaat. De Nederlandse kijk is meer: technologie is vooruitgang, is optimisme, is werkgelegenheid. En groei is goed. Hier is toch meer de gedachte: hoe durf je kritiek te leveren op iets wat vooruitgang en werkgelegenheid brengt? Kritisch zijn staat in Nederland snel gelijk aan zeuren.
“Iedereen is hypocriet”
Saskia: Jij zei net heel mooi: iedereen is hypocriet. Vandaag weet iedereen dat je niet zou moeten roken. Je weet eigenlijk ook dat je niet zou moeten vliegen. Maar bij AI is het niet zo dat men denkt: dit zou ik eigenlijk helemaal niet meer moeten gebruiken. Ons publiek denkt vaak wel: wat betekent dit voor het klimaat? Wat doet dit met mijn creativiteit? Er is dus een bewustzijn. Maar tegelijkertijd denkt men: mijn collega of concurrent gebruikt het ook, en ik heb het druk, ik móet wel. Heb jij tips voor dit ongemak? Hoe bepaal je de kaders waarbinnen je comfortabel bent?
Laurens: Waar ik van weg wil blijven, is een soort strategic-leadershipantwoord: als je je druk maakt om je concurrent, ga je niet uit van je eigen kracht. Dat vind ik te makkelijk. En niet eerlijk, want zo werkt het leven niet. Iedereen heeft twijfel, en dat is heel gezond.
Filosoof Judith Blijden, die we voor ons boek interviewden, noemt dat relationele autonomie. Je verhoudt je altijd tot anderen. Je kunt wel zeggen: ik doe er niet aan mee, maar dan stel je jezelf soms buiten een groep. Je denkt dat je die keuzes autonoom maakt, maar dat doe je helemaal niet.
Toen ik les gaf aan studenten, leerden we dat er verschillende soorten motivatie zijn. Je hebt de student die we allemaal het liefste willen: die gaat naar lezingen en komt zelf met boeken aan. Maar niet iedereen hoeft dat level van commitment te tonen. En zo is het hiermee ook. Je moet mensen de kans geven om te begrijpen en te ervaren wat deze technologie überhaupt doet. En dan zelf te bedenken hoe en of zij het kunnen en willen inzetten.
Als iemand zegt: “Ik ga het gebruiken, want het helpt me omdat ik dyslectisch ben. Of omdat ik het moeilijk vind om dingen samen te vatten. Of omdat Nederlands niet mijn eerste taal is”, wie ben ik dan om te oordelen? Maar je moet wel het systeem achter de technologie zelf begrijpen, en weten dat mensen in Kenia of de Filippijnen af en toe meekijken waar jouw gesprekken over gaan. En op basis daarvan je eigen afweging maken.
Als je zegt: “Ik vind het klimaat echt heel belangrijk”, dan moet je de grote modellen niet gebruiken. Maar dan moet je ook gaan differentiëren tussen de verschillende soorten AI. Een AI die classificeert kost veel minder energie. Generatieve AI maakt nieuwe tekst of beelden en is veel zwaarder. Gebruik je een Nederlands model, zoals GPT-NL? Dan weet je in ieder geval dat het wel met consent tot stand is gekomen, maar dan heb je nog steeds te maken met de stereotypering van honderd jaar Nederlandse pers, waarin gemarginaliseerde groepen minder vertegenwoordigd zijn en het nog steeds vooral de dominante blik van de witte man is. Als je dat niet wil, kan je ook met dat model niet werken. Maar dan moet je al heel veel kennis hebben om tot die keuze te komen.
Het her/ai-kader in drie stappen
Accepteer dat perfect niet bestaat. Iedereen is hypocriet. De vraag is in welke mate je dat kunt verantwoorden.
Word AI-geletterd. Begin bij wat je al weet. Je hoeft geen expert te zijn om mee te praten. Leer van daaruit verder: waar gaat je data heen, wat is de impact op het klimaat, welke bias zit er in een model? AI literacy = de schaduwkant kennen, niet alleen de prompts.
Kies wat jij belangrijk vindt. Klimaat? Privacy? Creativiteit? Gebruik AI alleen waar het dat doel dient. You won’t tick all the boxes.
Laurens: Maar we vergeten dan wel iets heel belangrijks. Ik denk dat het goed is als er wet- en regelgeving komt voor dingen die zo schadelijk zijn dat ze niet “de weg op zouden mogen”. Anders leggen we de last bij het individu. En dat is niet fair. Je kunt niet zelf voor elke situatie opnieuw nadenken wat gewenst is, wat fair is, wat ethisch is.
We zeggen nu eigenlijk: jij moet als burger zelf de afweging maken. De techbedrijven bepalen de regels en wij moeten ons ernaar gedragen. Terwijl wíj de regels zouden moeten maken, als burgers, als samenleving, als werkenden, als zorgers. En dan moeten de techbedrijven zich daarnaar gedragen. Dat is nu de omgekeerde wereld. De overheid zou moeten zeggen: als we dit niet kunnen controleren, dan kom je niet op de markt. Net als bij geneesmiddelen, voeding en auto’s. En het kan. Dat vergeten veel mensen: in het voorjaar van 2023 lag ChatGPT in Italië een tijdje plat, omdat de Italiaanse overheid zei dat het tegen de AVG indruiste. Dus het is te doen.
“Ik ben veel banger voor mensen dan voor machines”
Alinda: Waar maak jij je het meest zorgen over?
Laurens: Dat er allerlei consequenties gaan hangen aan het niet gebruiken van AI. Dat je bijvoorbeeld geen vergoeding meer krijgt voor een operatie als het ziekenhuis geen AI inzet. Of dat we bang zijn om mensen aan te nemen, omdat iedereen het al met een agent doet. Dat we de risico’s niet goed incalculeren, maar wel voor lief nemen. Omdat we als mensen beslissingen nemen op onvolledige informatie. Ik ben veel banger voor de acties van mensen dan voor die van machines.
En voor polarisatie. Het lijkt alsof de discussie over AI maar twee smaken kent. Of je bent voor de machines, of je bent voor de menselijkheid. En het kan niet allebei.
Laten we gewoon vanaf nu starten met: een mens is geen machine en een machine is geen mens. Ze gaan ook niet op die manier naar elkaar toe komen. Dus hou op met antropomorfiseren, met de mens zien als biologische computer. Dat is heilloos. Als we een machine zien als een machine, en kijken wat machines goed kunnen – schaal en snelheid – dan kunnen we daar in sommige gevallen heel handig gebruik van maken.
Antropomorfiseren: menselijke eigenschappen toeschrijven aan iets wat niet menselijk is. “ChatGPT denkt”, “Claude begrijpt me”.
Ons boek begint met de vragen van Ruha Benjamin: wat hebben mensen nodig? En pas daarna: welke technologie zou daarbij kunnen helpen? Dus niet: er is AI, er zijn robots, hoe kunnen we die in de zorg inzetten? Maar: we hebben te weinig handen. Hoe komt dat? Waarom kiest niemand voor een zorgopleiding? En niet: hier is de oplossing, welke vraag past daarbij? Dat totaal omdraaien is heel moeilijk, want we hebben nou eenmaal die voorliefde voor technologie die altijd goed is.
Ik organiseerde laatst samen met boekhandel Het Colofon, filosoof Judith Blijden en een lector van de HAN een avond over AI in Arnhem. Vijfenzeventig Arnhemmers, jong en oud, mensen van allerlei kleur, van alles wat. Walter van Colofon leidde de avond en begon met één vraag: “Waar moeten we het vanavond over hebben?” Hij pakte een flipchart, en het publiek had binnen een paar minuten zestien thema’s. Wat voor opleiding moeten kinderen nu nog volgen? Hoe gaat het straks met de aarde? Is die race met Amerika en China wel nodig? Wat zijn de gevolgen van het ontlezen?
Niemand vroeg hoe je een prompt schrijft of hoe een chatbot werkt. En dan zien mensen van elkaar: oh, jij twijfelt daar ook aan. Daarom komen mensen ook opdagen bij een demonstratie. Niet omdat ze denken dat het kabinet morgen andere keuzes maakt, maar om aan elkaar te laten zien: shit, jij maakt je hier ook zorgen over. Gelukkig ben ik niet gek. Dat is al heel krachtig.
We dachten: we moeten honderden van dit soort bijeenkomsten doen. In een boekhandeltje, overal, de hele tijd. En aan het eind bedenken: wat willen wij als mensen eigenlijk wél?
“De mens gaat nog groot worden”
Laurens: Op het journalistiekfestival in Deventer, waar ik eerder over vertelde, zei ik gekscherend wat mijn afdronk was van alle sessies:
“De mens gaat nog groot worden, maar die is niet schaalbaar en niet snel en niet efficiënt.”
Als we dat denken kunnen verlaten, dat alles altijd schaalbaar en snel en goedkoop moet zijn, dan komen er opeens heel nieuwe dingen.
Sinds ik echt lang met AI bezig ben, kom ik steeds meer uit op de menselijkheid in plaats van op de machines. En ik ben door AI veel feministischer geworden dan ik ooit was. Het gesprek gaat daarom steeds meer over de echte vraag: wat willen wíj eigenlijk van de machines… als we al iets van ze willen?
De tips van Laurens
Kijken
Ghost in the Machine (van Valerie Veatch). De documentaire die Laurens naar Nederland haalde. Te zien via Kinema (circa $18 voor 48 uur) of, met een VPN op de VS, via PBS.
Lezen
Prophecy (Carissa Véliz). Laurens’ boek van het jaar. Over hoe voorspellingen leiden tot controle.
Dit is AI: de valse belofte van kunstmatige intelligentie (Ilyaz Nasrullah).
Doen
Steun wie Big Tech aan de wet houdt. Laurens zit in de onderzoeksgroep van de Firewall, die onderzoekt waar Big Tech de rechten van Nederlandse burgers schendt.





